Checklist

Reddingvest
Reddingboei
Drijvende werplijn
Veiligheidsgordel
Hijstalie & Zwemtrap
Voldoende zeereling
Eerste Hulp middelen

Zeekaarten
Log
Dieptemeter
Kompas
Radio-ontvanger

Waterdichte lantaarn
Navigatielichten
Radarreflector
Signaalhoorn
Noodsignalen

Stuurinrichting
Anker en lijnen
Lenspompen
Brandbestrijding

Afsluiters
Huiddoorvoeringen
Motorgereedschap

Drinkwater
Noodrantsoen

Reddingvlot/Bijboot

Onderdelen veiligheidsuitrusting voor jachten
Voorlopige versie

Reddingvest.
Eis verzekeraar: Eén voor elk bemanningslid. Gedragen of gestouwd op een gemakkelijk bereikbare plaats.
Commentaar: Het vest moet van goedgekeurd type zijn en geschikt zijn voor het gewicht van diegene die het vast draagt. Bovendien moet de vest tevens geschikt om een “lifeline” vast te maken. Opblaasbare vesten zijn handig maar dienen jaarlijks onderhouden te worden. Gedragen of gestouwd vinden wij te vaag: Op zee zal elk bemanningslid aan dek buiten de kuip het vest moeten dragen!
Bij zwaar weer ook in de kuip! Bovendien is het aanlijnen daarbij ook een must. In andere landen (bijvoorbeeld Denemarken) is het wettelijk verplicht om op zee een reddingsvest te dragen

Reddingboei.
Eis verzekeraar:  Groot genoeg om gemakkelijk in te kunnen komen en voorzien van een joon; een binnen bereik van de stuurman; tweede reddingsboei als boven voorzien van een zelfontbrandend licht.
Commentaar: Dit is een vage eis. Bovendien is het de vraag of de reddingboei tegenwoordig vervangen kan worden door een beter middel om drenkelingen weer te vinden en binnenboords te halen. Dit mag dan op binnenwateren nog werken maar op zee is de kans klein om een drenkeling middels de boei te kunnen redden.

Drijvende werplijn.
Eis verzekeraar: Met drijvende ring. Niet minder dan 30 meter lang en met een breeksterkte van  ??5 kg. binnen bereik van de stuurman.
Commentaar: Een zeer ineffectief en ook gevaarlijk middel: Bedenk dat bij elke (ook drijvende) lijn over boor d de motor uit moet zijn en niet slechts uit het werk! Gebeurd dat wel in noodzituaties? De kans dat de drenkeling de ring in zwaar weer de ring kan pakken en vasthouden tot hij/zij bij de boot is, is zeer klein. In plaats hiervan is een “lifesling” beter. Nog een opmerking over het bereik van de stuurman: Bij voldoende bemanning is het niet de taak van de stuurman om reddingmiddelen te hanteren. Bestaat de bemanning slechts uit twee personen, dan mag gewoon niemand over boord vallen. Aanlijnen altijd verplicht!

Veiligheidsgordel
Eis verzekeraar: Veiligheidsgordel (harnastype). in zeilvaartuigen een voor elke persoon aan boord en motorvaartuigen één voor elke persoon die aan dek moet werken of in de omgeving van de kuip
Commentaar: Zie reddingvesten. Met nadruk wordt aanbevolen deze gordel te integreren met de reddingvest!  Essentieel is dat overboord vallen moet worden voorkomen want een bemanningslid in ruig weer over boord op ruim water verkeerd in levensgevaar! Denk ook aan levensgevaarlijk letsels. Dus  kort  aanlijnen!naar boven

 Hijstalie en zwemtrap
Eis verzekeraar: geen
Commentaar:
 In de eisen voor veiligheidsuitrusting ontbreken middelen om drenkelingen binnenboord te halen. Voor het zelfstandig aan boord komen van de drenkeling is een vast geïnstalleerde zwemtrap nodig die vanaf het water naar beneden te klappen is tot zo ver onder de waterlijn, dat de drenkeling de voeten op de onderste trede kan zetten. Voor de drenkeling die - desnoods met de hulp van andere opvarenden -  niet meer in staat is om aan boord te komen is een hijsgerij aan boord nodig hiervoor zijn geschikt bijvoorbeeld bakstagen of een extra talie aan de giek.
De talie moet in te haken zijn vanaf dek in het zwemvest van de drenkeling, het harnas of een lifesling moet worden gebruikt. Ook op jachten zonder mast moeten mogelijkheden zijn om een talie aan te brengen.

 
Voldoende zeereling
Eis verzekeraar: Met scepters en handgrepen of verschansing voor de bemanning om zich tijdens het werk aan dek te kunnen vasthouden of vastzetten.
Commentaar: De gebruikelijke zeereling op seriejachten is in principe niet geschikt om er iets aan vast te zetten (Bijvoorbeeld een “lifeline”) Vooral op moderne jachten zijn zeerelingen en onvoldoende hoog en onvoldoende sterk. Een dergelijke zeereling biedt onvoldoende bescherming tegen overboord vallen en de dunne draden verhogen het risico voor ernstige blessures bij vallen of uitglijden aan dek. Een zeerelingnet en een voetlijst verkleinen het risico. Een velige zeereling moet minimaal 900 hoog zijn boven dek met twee tussenliggende draden! Op een modern licht polyesterjacht is zo een reling niet voldoende sterk aan de romp te bevestigen met kans op beschadiging en lek raken. Bedenk ook dat een zeereling in geval van calamiteiten snel weggenomen of doorgesneden moet kunnen worden.

Wij vinden een zeereling op kleine jachten een schijnveiligheid.  Weglaten en aanlijnen  is hiervoor een veel beter alternatief.naar boven

 Eerste hulp-middelen met Instructies
Eis verzekeraar: Geen aanvullende eisen
Commentaar: Voor de eerste hulpkast of doos zijn verschillende aanbevelingen beschikbaar afhankelijk van het aantal opvarenden en het vaargebied. Vraag desgewenst uw apotheek en houdt u de inhoud up to date. Soms ontbreken kleinigheden zoals pleisters, die ook onder inwerking van zeewater blijven zitten.  Denkt u ook aan een apotheek die sterk afhangt van het vaargebied en de eventueel nodige medicatie van opvarenden. EHBO kennis is  noodig voor deskundige toepassing.

 Zeekaarten
Eis verzekeraar: Zeekaarten en andere zeevaartkundige publicaties betreffende het te bevaren en direct aangrenzende gebied
Commentaar: Uiteraard dienen de kaarten zo ver mogelijk geactualiseerd te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de betonning langs de Noordzeekust. Vaart u met elektronische kaarten? Desondanks dienen toch wel de papieren kaarten aan boord te zijn! In sommige landen is dat verplicht en op kleine vaartuigen is het niet verstandig om uitsluitend op een storingsgevoelig elektronisch kaartsysteem te vertrouwen vooral als u onverwachts geen stroom meer hebt. Bedenkt u tevens dat vectorkaarten op het aankoopdatum al weer verouderd zijn. Indien u deze kaarten niet kunt actualiseren tot op een zeer recente datum en u niet zelf bekendmakingen kunt toevoegen, dan hebt u geen volwaardig navigatiesysteem! Een begrip als andere zeevaartkundige publicaties is te vaag. U kunt denken aan havenhandboeken, getijtafels, lichtenlijsten ezv

 Een log.
Eis verzekeraar: Geen aanvullende eisen
Commentaar: Bijna elk zeegaand jacht is uitgerust met een impellerlog of een equivalent aan de romp. Deze voldoet voor metingen van de vaart door het water indien hij geijkt is voor de juiste snelheid. Vaak is dit niet mogelijk en u dient rekening te houden met significante afwijkingen. Op zeiljachten moet u rekening houden met significante afwijkingen afhankelijk van koers, snelheid en helling bij het zeilen! De navigator dient kennis te hebben van de betreffende afwijkingen. Met behulp van een GPS komt u aan een nauwkeuriger getal voor de gevaren afstand over grond.naar boven

 Dieptemeter:
Eis verzekeraar: Dieptemeter of loodlijn zonder aanvullende eisen
Commentaar: Voor het uitgebreide vaargebied waarvoor de verzekeraar deze eis stelt is een dieptemeter van ondergeschikt belang. Hiervoor is een dieptemeter die slechts maximaal 25 m diepte aangeeft waardeloos en een loodlijn onhandig
Maar voor het varen op Nederlandse wateren zoals IJsselmeer Zeeuwse Stromen en Wadden is een dieptemeter die ook bij geringe waterdiepten nauwkeurig is van groot belang. Omdat er meerdere echo’s worden ontvangen weten digitale instrumenten met cijferdisplay er vaak geen raad mee. Dit ondanks de bewering van de producent dat de slimme software van het apparaat het wel aankan. Deze meters zijn minder geschikt en te onnauwkeurig voor varen op ondiep water! Ook aan de inbouw van de gever zijn eisen te stellen. Betreffend veiligheid moet worden gewaarborgd dat het jacht aan de huiddoorvoer niet lek kan raken. Betreffend de werking moet de kegel van de gever niet worden belemmerd door kiel of zwaarden. Voor ondiep water in een inbouw zo ver voorlijk als mogelijk aan te raden zonder dat de gever regelmatig boven water komt

 
Kompas
Eis verzekeraar: Kompass en 1 magnetisch reservekompas
Commentaar: Deze kompass, dient vanuit de stuurstand goed afleesbaar te zijn. Indien dit een magneetkompas is zal het van het vloeistoftype en gecompenseerd moeten zijn. Er dient een deviatietabel aan boord te zijn. Regelmatige deviatiecontrole is uit te voeren. Als reservekompas is een compenseerbaar handpeilkompas aan te bevelen. Een GPS kunt u niet beschouwen als vervanger van het hoofdkompass!

 Radio-ontvanger naar boven
Eis verzekeraar: radio-ontvanger geschikt voor SSB ontvangst.
Commentaar: Dit is een achterhaalde eis wat de veiligheid betreft. SSB uitzendingen van weerberichten en veiligheidsberichten zij tegenwoordig beter met speciale ontvangers binnen te halen zoals Navtex

 Waterdichte lantaarn
Eis verzekeraar: Geen aanvullende eisen buiten reserve batterijen en lampen
Commentaar: Voor de verzekeraar is in principe en gewone zaklamp voldoende in plaats van reservelampen is het aan te bevelen om meerdere zaklampen mee te nemen. Opwindbare lampen met lithiumaccu en ledlampen zijn aan te bevelen voor binnen en aan dek. Afhankelijk van het vaargebied zal een zoekschijnwerper aan boord moeten zijn.

Navigatielichtennaar boven
Eis verzekeraar: In overeenstemming met de internationale voorschriften
Commentaar: Zie het vaarreglement voor plaats en type van de benodigde lichten. Ook een ankerlicht hoort hierbij. Bij zeiljachten is tevens een driekleurentoplicht dringend aan te raden! Alle verlichting moet van een goedgekeurd type zijn en er dienen reservelampen aan boord te zijn. Het internationale zeeaanvaringsregelement staat uitsluitend elektrische verlichting toe. Dit impliceert dat aan boord voldoende stroombronnen aanwezig moeten zijn en op een klein vaartuig is het vereiste vermogen van deze verlichting een behoorlijke opgave voor uw stroombronnen :

ð        Varend op de motor zal de dynamo meer stroom moeten opwekken dan door boordlichten, heklicht en stoomlicht wordt verbruikt.

ð        Ten anker zal de accucapaciteit voldoende moeten zijn om gedurende de nacht met voldoende sterkte te blijven branden.

ð        Zeilend geldt het zelfde en het driekleuren toplicht verbruikt minder stroom dan twee aparte lampen.

ð        Het totale vermogen benodigd voor de verlichting is de som van alle brandende lampen plus het verlies in de bedrading. Dit verlies wordt in de regel ten onrecht verwaarloosd! Corrosie van draden en aansluitingen zorgen ervoor dat minder of soms geen stroom bij de lamp aankomt!

Op kleine vaartuigen is aan deze eisen vaak niet te voldoen. Daarom enkele hints:
Hoewel LED-verlichting slechts beperkt goedgekeurd is, is dit in ieder geval voor ankerlichten en het d
riekleuren toplicht een goed alternatief om te waarborgen dat de lamp blijft branden. Als ankerlicht wordt vaak een olielamp gebruikt. Houdt u er rekening mee, dat dit licht op enige afstand haast niet meer zichtbaar is en gebruik dit alternatief in ieder geval niet als er de kans bestaat dat er vissers en/of groter vaartuigen nachts uw ankerplaats kunnen naderen!naar boven

Radarreflector
Eis verzekeraar: Geen aanvullende eisen
Commentaar: Een radarreflector is uitsluitend zinvol als een voldoende sterke echo weerkaatst wordt. Bij zeiljachten moet deze echo ook onder helling gewaarborgd zijn. Bij stalen vaartuigen is de echo van het vaartuig zelfs mogelijk sterker dan een matige reflector. Helaas zijn veel reflectoren in de handel die te weinig reflecteren, zodat deze eis van de verzekeraar zonder aanvulling zinloos is. Het is beter geen reflector aan boord te hebben en zich bewust te zijn van de gevaren waarin men zich begeeft, dan zich zeker te voelen met een reflector die niet werkt. Hint aan verzekeraars: Verkoop zelf de reflector die voor het betreffende jacht goed is.

 Signaalhoorn
Eis verzekeraar: Misthoorn in overeenstemming met de internationale voorschriften (IMO)
Commentaar: Het gaat hierbij niet om een misthoorn maar om een signaalhoorn Deze voorschriften zijn niet van toepassing op kleine vaartuigen een conventioneel scheepshoorn is voldoende. Uiteraard mag u op een klein vaartuig geen hoorn hebben dat dezelfde frequentie en sterkte heeft als een groot schip!

 Noodsignalen
Eis verzekeraar:

ð        4 parachute fakkels

ð        4 handstakellichten rood

ð        4 hand stakellichten Wit

Commentaar: Te vage eis. Het beste kunt u een goedgekeurd bestaand veiligheidspakket aan boord hebben met een aangegeven houdbaarheidsdatum dat nog niet is verlopen. Witte stakellichten zijn in noodsituaties niet bruikbaar en parachutepijlen dienen minimaal 2 min zichtbaar te blijven. U hebt meer aan zo een parachutepijl dan 4 goedkope fakkels die niet worden gezien.naar boven

Stuurinrichting
Eis verzekeraar: Middelen tot het aanbrengen van een noodstuurinrichting
Commentaar: Dit is een te vage eis. Er zijn ook eisen te stellen aan de gewone stuurinrichting vooral om te voorkomen dat men de noodstuurinrichting te snel nodig heeft. Hoe een noodstuurinrichting gemaakt moet worden hangt af van de grote van het schip, de soort stuurinrichting en het type roer. In een noodsituatie komt het op de inventiviteit van de opvarenden aan want er kan onvoorspelbaar van alles kapot gaan. Wat wel voorspelbaar is kan men van te voren voldoende sterk uitvoeren
Dit onderwerp is te omvangrijk om het in het kader van dit commentaar te behandelen. Een altijd bruikbaar noodstuur is een grote wrikriem zoals nog veel op kleine Franse jachten te zien.
naar boven

Anker
Eis verzekeraar: Anker met niet minder dan 15 meter lijn of ketting.
Tweede anker tweede anker met lijn of ketting niet minder dan 30 meter lengte.
Extra touwwerk Voldoende extra touwwerk. geschikt voor afmeren of slepen
Commentaar: Deze eis is te weinig concreet. Een ankergewicht is niet gegeven en het hoofdanker dient de langste lijn of ketting te hebben. Voor het ruime vaargebied is de ketting of lijn van het hoofdanker van 15 m beslist te kort. Tevens is dan een gewone ankerlijn zonder kettingvoorloop uit den Boze. Een alternatief is een met lood verzwaarde ankerlijn. Ankergewicht en kettingdiameter hangen af van de grootte van het jacht. Ook bij moderne is het gewicht van belang voor de houdkracht. Niet elk anker is geschikt voor elke grondsoort. Vooral moderne ankers met hoge houdkracht zijn vaak minder “alround” en bijvoorbeeld niet geschikt voor rotsachtige grond.
De ankeruitrusting is een veiligheidsmiddel en moet geschikt zijn om ook onder stormachtige condities te voldoen! Voor de uitrusting met ankers, ketting, sleeplijnen en landvasten bestaan regels van classificatiemaatschappijen. Ook als een jacht niet valt onder klasse valt zou u deze richtlijnen moeten aanhouden (Zie tabel) Een anker volgens deze eisen zal op uw jacht mogelijk wat te zwaar uitzien omdat u gewent ben in jachthavens veel lichtere ankers met op speelgoed lijkende ankerrollen te zien!
Ankerrollen, kettingbak en lieren horen eveneens bij de ankeruitrusting en dienen voldoende sterk te zijn. In ieder geval dient het hoofdanker altijd gebruiksklaar te zijn. Terwijl op kleine jachten op binnenwateren het anker zonder lier over boord te zetten is, is voor het varen op ruim water al heel gauw een lier nodig. Voor meer informatie zie  Anker  en verhaaluitrusting
naar boven

 Lenspomp
Eis verzekeraar: Lenspomp, tweede lenspomp met de hand bediend Puts voorzien van een aangesplitste lijn
Commentaar: De benodigde capaciteit van de lenspomp hangt af van grootte van het jacht. De handbediende lespomp is de enige in noodgevallen bruikbare pomp omdat de kans bestaat dat een elektrische pomp of aan de motor aangebouwde pomp dan niet meer werkt. Volgens ervaringsdeskundigen en desbetreffende literatuur is de beste lenspomp een man met een puts in doodsangst!
Water kan in het jacht komen door lek raken. De oorzaken zijn meestal elektrolytische corrosie en/of afgebroken afsluiters als het onheil niet van buiten komt.
Naast het pompen is het nodig om te trachten het lek te dichten want de boot door pompen met boordeigen middelen boven water te houden is zelden op lange termijn mogelijk. Middelen voor het dichten van kleine lekken zij lekproppen en pur-schuim. Meer informatie is in de watersportliteratuur aanwezig.

Brandbbestrijding
Eis verzekeraar: Tenminste een brandblusser van het 2,5kg CO2 type of  1.5 kg droogpoeder
Deze dienen zich In werkbare staat op een goed bereikbare plaats te bevinden.
Branddeken bij de kombuis

Commentaar: Twee brandblussers zijn aan te bevelen. Droog poeder en schuim zijn af te 
raden omdat na het blussen grote schade ontstaat, die het voortzetten van de reis onmogelijk kan maken (motorkamer).  Besef  wel dat  een  grote brand  met deze middelen  niet te blussen  is!naar boven

Motorkamer en techniek
Eis verzekeraar: Gemakkelijk bereikbare afsluiters aan alle brandstoftanks
Huiddoorvoeren dienen voorzien te zijn van afsluiters welke gemakkelijk bereikbaar zijn.
Tevens dienen alle slangen op huiddoorvoeren voorzien te zijn van dubbele slangklemmen.
Gereedschap voor de motor en reserve onderdelen

Commentaar: Voor de veiligheid op zee van de technische installatie ontbreken nog wat eisen.  Hier gaan we slechts in op voornoemde eisen van de verzekeraar stelt omdat er wat onjuistheden zijn vermeld.
Als noodstopvoorzieningen van de motor horen de afsluiters op de motor zelf en niet op de brandstoftanks. Wat is "gemakkelijk bereikbaar"? Bij brand zijn de afsluiters onder deks (waarze normaliter zitten) niet meer bereikbaar .
Het aantal huiddoorvoeren zijn tot een minimum te beperken. Ze zijn als kogelafsluiter uit te voeren en in een versterkt deel van de huid in te bouwen. Inwateren van hout, schuim en glasvezel te voorkomen door het geboorde gat waterdicht af te werken. Jaarlijkse controle is uit te voeren.
De eis om slagen met dubbele slangklemmen op de tule vast te zetten is met klem af te raden. De tweede klem komt namelijk te dicht bij het begin van de tule waar de slang iets wordt opgerekt. De tule is te kort voor twee klemmen op veilige afstand van de einden de zetten. Hier ontstaat een spanningsconcentratie die door de nabijheid van de tweede klem onacceptabel wordt. Door trillingen kan de slag op de duur materiaalmoeheid vertonen en opp dei plek scheuren.
Wat dan wel met slangverbindingen:

Bij voorkeur schroefkoppelingen toepassen. Indien wel slangen wel met een klem op de tule moeten worden vastgezet: Gebruik een enkelvoudige klem van roestvast staal van voldoende breedte. Gebruik een type waarbij de klem wordt aangetrokken door (imbus)bout en moer. 
Commentaar: Spiraalslangen zoals veel gebruikt voor WC’s en afvoeren zijn moeilijk vast en dicht te krijgen met slangklemmen. Gebruik bij voorkeur andere slangen!naar boven

Drinkwater
Eis verzekeraar: drinkwater in geschikte reservoirs of tanks
Commentaar: De drinkwatertanks dienen voor de reis ontsmet te zijn en gevuld zijn met voldoende kiemvrij drinkwater voor alle opvarenden gedurende de reis tot een volgend haven of bunkerstation inclusief reserve. Tanks van roestvast staal hebben de voorkeur. Zij dienen zeevast te worden ingebouwd. Drink nooit zeewater!

Noodrantsoen
Eis verzekeraar: Geen eisen
Commentaar: Het is niet logisch wel eisen te stellen voor drinkwater zonder noodrantsoen. Ondanks dat men in noodsitauaties langer zonder eten kan dan zonder drinken geldt voor het eten generel het zelfde als voor drinken. Verwezen wordt naar adviezen die in de watersportliteratuur te vinden zijn.

Opblaasbaar reddingvlot of bijboot.naar boven
Eis verzekeraar: Opblaasbare opblaasbaar reddingvlot, opblaasbare bijboot of vaste boot met riemen of goed buitenboordmotor of vaste binnenboordmotor gesjord, te slepen of aan dek te voeren of direct bereikbaar vanaf het dek. In staat de gehele bemanning te dragen en
a als hel een opblaasbaar reddingsvlot betreft. dient het opblaasbaar te zijn d.m.v een cilinder samengeperst gas en tenminste iedere twee jaar te worden gecontroleerd op een juiste werking;
b als het een opblaasbare bijboot betreft. dient ten minste één der luchtkamers te allen tijden opgeblazen te zijn;
c als het een vaste bij boot betreft. dient deze over voldoende drijfvermogen te j beschikken om in volgelopen toestand de gehele bemanning drijvende te houden

Commentaar: Dit is de meest problematische en onlogische eis waaraan kleine vaartuigen nauwelijks kunnen voldoen. Het gaat hier om een reddingsmiddel voor de zeer ernstige situatie waarin het moederschip verlaten moet worden.

Het de opvarenden dringend aangeraden om het vaartuig niet te verlaten als blijkt dat het moederschip nog blijft drijven en niet in brand staat. Ongelukken leren ons, dat men soms in paniek het jacht verlaat, het jacht later drijvend wordt gevonden terwijl van de opvarenden geen spoor meer is vernomen. Vaak genoeg blijkt het moeder schip in gehavende toestand altijd nog veiliger dan het vlot of bijboot.
Het goedgekeurde reddingvlot is in zwaar weer het enige betrouwbare middel op kleine vaartuigen die kans op overleven bieden als het moederschip echt zinkende is!
Helaas zijn reddingvlotten op jachten vaak niet betrouwbaar en onvoldoende veilig. Regelmatig onderhoud is noodzakelijk maar blijft vaak achterwege. Toch is regelmatige controle en onderhoud geen garantie om aan de vereiste eigenschappen te waarborgen!
Het eerste probleem aan boord is het opbergen zo dat het vlot bij zwaar weer goed te water gelaten kan worden. Maar de hiervoor geschikte plek is geen diefstalveilige plaats voor een vlot!
Op een enkele moderne jacht is in de spiegel een diefstalveilige plaats voor het vlot aanwezig van waar het ook gelanceerd zou kunnen worden. Op jachten zonder in het ontwerp geïntegreerde bergplaats ligt het vlot aan dek in de weg en te vaak blootgesteld aan zeewater. De zoute atmosfeer, wisselende temperaturen en zoninstraling zijn slecht voor de levensduur en de inzetbaarheid van het vlot. Ook een container biedt geen absolute bescherming
Een 
bijboot of rubberboot is onvoldoende zeewaardig en bij slecht weer en als reddingmiddel ongeschikt/onbruikbaar. 
Een geschikte bergruimte aan dek op kleine jachten is er niet voor het  rubberboot (voor al  niet half opgeblazen). Het belemmert het werken aan dek ernstig, is niet goed te sjorren en in noodsituaties niet snel volledig op te blazen. Bovendien zal een rubberboot in ruig weer door de wind onder de bodem steeds weer kantelen en als een stuiter over het water vliegen. De eis om een buitenboordmotor voor de rubberboot is onbegrijpelijk. Hij is in ruig weer helemaal onbruikbaar vooral als hij dan pas achter de rubberboot moeten worden gemonteerd. Een reddingvlot heef ook geen motor. Een vaste binnenboordmotor is iets voor groter reddingsloepen die gesleept worden of aan dek komen van een groot jacht. Over alle relevante veiligheidsprocedures in noodsituaties hoort u op de hoogte te zijn. Zie hiervoor de desbetreffende literatuur.
naar boven





De inhoud van deze site heeft een niet commercieel karakter. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van u handelen op grond van uw interpretaties van de inhoud van deze site!